
Zolang
als ik mij kan herinneren ben ik al creatief bezig geweest. Als klein
meisje al, was de Engelstalige zender BBC, bij mij favoriet, daar hadden
ze programma’s, zoals Blue Peter, Vision Art en Take Hart. Deze
laatste twee werden gepresenteerd door de talentrijke Tony Hart (www.tonyhart.co.uk
) Hij kon niet alleen fantastisch tekenen, maar leerde zijn kijkers ook
zelf tekenen en knutselen. Ik was niet voor de buis weg te slaan bij deze
programma’s.
Uiteraard, moest ik ook alles zelf eens uitproberen.
Vaak tot groot ongenoegen van mijn moeder, vooral als de vloer weer eens
bedekt was met een laagje kaarsenwas, of gips….
Maar ook mijn vader ontkwam niet aan mijn knutselwoede, de stopverf (
heerlijk spul om mee te boetseren ), gips, stukjes hout, lijm , beitels
en hamers verdwenen uit zijn werkschuurtje.
Hij had trouwens ook de twijfelachtige eer, om mij elke week weer naar
de bibliotheek te brengen. Daar leende ik elk boek over knutselen.
Maar niet alleen die boeken, ik was ook een echte boekenwurm, alle sprookjesboeken
heb ik verslonden, en later ook heel veel romans. Dat verklaart wellicht
de romantische en sprookjesachtige inslag in mijn werk.
Op school waren de creatieve vakken natuurlijk het leukst. Maar ik was
ook heel goed in talen en wiskunde. Daarom werd het creatieve niet zo
erg gestimuleerd. Talen en wiskunde, waren en zijn , trouwens nog steeds
belangrijker dan creativiteit.
Daardoor studeerde ik op de middelbare school, talen en wiskunde. Maar
ik zorgde er wel altijd voor dat ik via de keuzevakken, toch minstens
altijd wel een uurtje per week tekenles had.
Na de middelbare school , deed ik een jaartje vertaler – tolk, maar
uiteindelijk, kruipt het bloed waar het niet gaan kan, bijgevolg koos
ik daarna verder voor etalagiste. Dat was meer mijn ding, elke dag creatief
bezig zijn, blikvangers maken, heerlijk was dat.
In die tijd maakte ik ook romantische olieverfschilderijen http://www.chasingdreams.nl/extra/bijzonder/bijzonder.html ). Met het poppenmaken was ik toen nog niet in aanraking gekomen, dat kwam pas veel later. Met name , toen Jonas geboren werd (1993), ontdekte ik per toeval een heel leuk boekje van Ankie Daanen (www.ankie-doll-art.com ). In haar boek werd van naaldje tot draadje, en met behulp van heel veel foto’s uitgelegd, hoe je een pop moest boetseren, met zelfhardende Darwi klei .
Alhoewel ik het een fantastisch boek vond, dacht ik , dat ik dit nooit
zou kunnen, zomaar een gezichtje maken, uit een pakje klei, maar het intrigeerde
mij zodanig, dat het natuurlijk niet kon uitblijven. Ik moest het eens
proberen.
En het was heerlijk ! Helaas, in het boek werd nergens vermeld dat het
poppenmaken een virus is, een virus waarvan je nooit meer geneest. Het
zit in je bloed , en je kan er niet meer onderuit.
Met twee kleine kinderen was er geen tijd om cursussen te volgen. Gelukkig waren er heel veel goede boeken over het onderwerp te koop, oa van Joke Grobben, Hildegard Günzel, Marlaine Verhelst , enz……
Het voordeel van het niet volgen van cursussen is, dat je dan veel sneller
een eigen stijl ontwikkelt.
In het begin maakte ik voornamelijk grote poppen, het is een stuk makkelijker
om details aan te brengen in een groot gezicht dan in een kleintje. Mijn
favoriete klei , was dan ook de zelfhardende klei La Doll, en later Premier.
Mijn laatste werken, zijn stukken kleiner en fijner. Ik werk nu ook niet
zo vaak meer in zelfhardende klei, maar in polymeer klei. Deze kleisoort
leent zich veel beter voor klein en gedetailleerd werk.
Naar aanleiding van een paar tentoonstellingen ben ik dan ook begonnen
met het geven van workshops in mijn eigen atelier. Op dit ogenblik geef
ik nog enkel vrije cursussen, dat wil zeggen dat je kunt maken wat je
wil, wanneer je dat wilt en in je eigen tempo.
Ondertussen is er ook een winkeltje bij gekomen, waar alle mogelijke poppenmaterialen
te koop zijn.
Bent u geïnteresseerd ? dan ben ik bereikbaar op dit emailadres
: info@claudineroelens.com
![]() |
|||||
