
Mijn naam is Christel Decruyenaere, ik ben 32 jaar, echtgenote van Nick en mama van Yoran (4 jaar) en Arwen (2,5 jaar).
Ik ben woonachtig te Ingelmunster (Midden-West-Vlaanderen) en werk momenteel nog halftijds als projectontwikkelaar diversiteit voor de Sociaal Economische Raad van de Regio Zuid-West-Vlaanderen. Dit houdt in dat ik bedrijven begeleid in het optimaliseren van hun personeelsbeleid zodoende dat kansengroepen (allochtonen, vrouwen, 50+, laaggeschoolden, …) beter toegang vinden tot de arbeidsmarkt.
Een job die in sé niks te maken heeft met het poppenmaken maar wel de nodige creativiteit vergt.
Vanaf mei 2008 zal ik echter de stap wagen en mij volledig toespitsen op het verder uitbouwen van juwelen- en kunstatelier.
Het ontwerpen van juwelen en het maken van dierportretten zijn immers mijn hoofdbezigheden geworden en vergen héél wat tijd.
Het poppen maken sluimert hierdoor af en toe een beetje, maar de liefde voor de pop zit tè diep om dit zomaar naast me neer te leggen. Hopelijk vind ik vanaf mei de tijd om mijn nieuwe collectie poppen verder af te werken, want de ideeën zijn er!
Ik heb steeds een grote bewondering gehad voor mensen die van figuratieve kunst hun beroep hebben gemaakt. Het is ook altijd een beetje mijn droom geweest, maar ik zag die niet te verwezenlijken tot ik weet kreeg van een opleiding poppenmaken bij Syntra West. Een nieuwe wereld ging voor mij open en met elke nieuwe techniek die mij werd aangeleerd begon ook mijn creatieve brein op overtoeren te draaien. Bij de uitwerking van de poppen baseer ik mij vooral op de theaterwereld, fantasy stripverhalen en bijzondere kostuumfilms. Ik streef er niet zozeer naar om het liefelijke, snoezige van de elfenwereld weer te geven, maar veeleer naar het mystieke, het ongrijpbare, de verwondering…
Wanneer ik aan een pop begin weet ik ongeveer waar ik naartoe wil, maar de pop maakt eigenlijk zichzelf tijdens de vele uren boetseren, schuren en naaien. Dat vind ik er het plezantste aan : ik weet op voorhand nooit hoe mijn resultaat er zal uitzien. Het is telkens nieuwsgierig afwachten.
Het moeilijkste aan het poppenmaken was voor mij de zoektocht naar mijn eigen stijl. Ik heb bewust geen lessen gevolgd bij andere poppenmakers om hun stijl niet in mijn vingers te doen kruipen. Ik meen dat ik ondertussen wel een eigen concept heb, maar elke nieuwe pop die ik maak leid mij natuurlijk tot verdere verfijning en ervaring.
Mijn poppen zijn gemaakt uit een combinatie van La Doll en Premier klei. Ik heb niet echt een techniek van netjes afmeten en afwegen, maar veeleer die van een beeldhouwer eigenlijk : in het begin werk ik zeer ruw, zowat slordig en door klei weg te halen, weer bij te leggen, veel met het penseel te werken bekom ik mijn resultaat. Ik hecht zéér veel belang en tijd aan het opschuren van de pop. Ik verf mijn poppen meestal door zelf een kleur aan te maken met acryl en latex. Voor het opschilderen van de ogen, wenkbrauwen en gezichtsmaquillage gebruik ik de techniek zoals die wordt gebruikt voor het glazuren van porseleinen poppenkoppen. Hiervoor gebruik ik verschillende verfsoorten : waterverf, acryl, plakaat en echt make-up.
Het stoffen lijfje ontwerp ik per pop, volgens de stand die ik er aan wil geven. Ook de kleertjes zijn zelf gemaakt. De stof heb ik zelf gevilt en nadien met de hand verder afgewerkt.
Dit is één van mijn nieuwer werk, met één van de nieuwste mateialen : flax paperclay ceramic. Ik werk ook met de paperclay porcelain voor mijn tuinwachtertjes, die volledig geglazuurd worden met porseleinglazuur.
Het popje in paperclay ceramic is hol opgebouwd met de paperclay, gedroogd, wat bijgeschuurd, bewerkt met koperoxyde en gebakken op 1280°C. Door het op zo'n grote temperatuur te bakken treedt er een heel mooie "verglazing" op, waardoor de pop een heel speciale textuur verkrijgt. Nadien heb ik het beeldje nog bijgewerkt met acrylverf en mat vernist. Tot nu toe maakte ik steeds poppen volgens de klassieke methode : geboetseerde ledematen en een stoffen lijfje. Ik wou graag eens in een steviger materiaal dan de zelfhardende klei werken en na heel wat proberen (en mislukken) met verschillende klei- en porseleinsoorten ben ik op de paperclay gebotst. GEWELDIG! Ik kan daarmee echte kleertjes maken zoals ik met stof zou doen en ze zijn na het bakken nog heel stevig ook!
Dit zijn mijn zachte wollen lieverds, de trollen, die geheel uit wol zijn vervaardigd. Er zijn verschillende legendes die de oorsprong van "de trol"
verhalen. Als je gaat kijken naar de oude Scandinavische geschiedenis zijn trollen eigenlijk niet de lelijke boosaardige wichten die nu vaak worden afgebeeld. Het zijn eerder gezapige natuurwezens die in harmonie met hun omgeving leven en zich daaraan ook hechten. Dit is precies wat ik met mijn trollen wil meegeven : het harmonieuze aspect van het cocoonen, samen met wie je lief is. De trollen worden vervaardigd van ruwe schapenwol in combinatie met merinowol. Alles wordt zorgvuldig met een viltnaald geprikt en "geboetseerd". Men noemt dit droogvilten of vernadelen. De armen van de trol zijn gevilt rond ijzerdraad zodat ze nog in verschillende posities kunnen gezet worden.
De trollen zijn met een lange pin bevestigd op een zelfgeboetseerd keramieken statiefje.
De totale duurtijd om zo'n trol te vervaardigen ligt tussen de 4 en de 6 weken. De pop dient immers in verschillende fasen gevilt te worden omdat de ledematen apart worden bewerkt en nadien aaneen worden gezet. De trol dient uiteraard ook zodanig gevilt te zijn dat hij tegen een stoot of duw kan, wat in dit geval wil zeggen dat er zeker geen plukken wol meer vanaf kunnen getrokken worden. En aan de andere kant mag men ook niet te hard vilten, want dan verschijnen er prikgaatjes die niet meer zo makkelijk te verdoezelen zijn. Dit is een heel arbeidsintensief karwei, maar ik ben er wel verslingerd op en hoop in de toekomst hier zeker nog aan verder te kunnen bouwen.
Waar heb ik de techniek geleerd?
Ik heb de boeken van de Deense Brigitte Krag Hanssen gekocht en helemaal verslonden. Ik was verzot op die wollen trollen en na heel wat zoeken ben ik bij een goede wolleverancier terecht gekomen en heb ik mij een aantal naalden aangeschaft. Het "concept" van de wollen trollen heb ik dus zelf niet uitgevonden, maar ik gebruik wel een totaal andere techniek. Ik pas namelijk volledig het systeem van boetseren in klei toe op wol: met lappen, stukken, rolletjes, … stap voor stap opbouwen. Mits het wat in de gaten te houden, leent het materiaal zich daar uitstekend toe en kan er formidabel driedimensioneel worden gewerkt met een simpele streng wol.
Naast mijn vaste workshops "juwelen maken met edelstenen en zilver", zal ik in het najaar 2008 starten met het geven van een aantal workshops rond het boetseren van poppen, trollen in wol en vrije vormen in porselein.
![]() |
|||||
