
Hallo,
Ik ben Annemie. Ik
ben geboren in 1957.
Ik ben opgegroeid in Genk (Limburg). Later heb ik met mijn man en drie
kinderen lang in het Leuvense gewoond. Nu wonen we in Chevannes, een klein
dorpje in de buurt van Montargis, in Frankrijk.
Ik zou graag zeggen: “Ik maak poppen. Punt Uit. Kijk zelf maar.” Dat is volgens mij het voornaamste. Wat? Hoe? Waarom? Ik weet het niet goed. Hoe?, dat gaat nog. De techniek kan ik wel uitleggen. Maar ik vind het ontzettend moeilijk om te zeggen welk soort poppen ik maak en waarom. Ik maak ze en dat doe ik omdat ik het leuk vind.
Als ik echt wat meer moet vertellen, dan vind ik het makkelijker om te zeggen wat ik NIET maak. Mijn poppen zijn geen elfen, geen heksen, geen trollen, geen reborns, geen karakterpoppen, geen karikaturen, geen barbies… Het zijn gewoon mijn poppen. Vaak zijn het marionnetten, maar dan ook weer niet echt, want je kunt er niet mee spelen. Ze hangen aan nylon draden, die dan weer aan een houten kruis geknoopt zijn, en bengelen, dansen in de ruimte.
Hoe maak ik mijn poppen? Het hoofd, de handen en de voeten maak ik het liefst uit Cernit. Aangezien ik dat materiaal tegenwoordig (in Frankrijk) niet meer vind, gebruik ik Fimo. Ik beschilder de onderdelen met acrylverf en vernis alles met ‘satiné’ vernis. Het lijf bestaat uit katoen opgevuld met vulwatten. De gewrichten worden doorgestikt en blijven dus beweegbaar. Het zijn soepele poppen. Voor het haar gebruik ik graag veren en boa, maar ook stukjes pruik. Mijn poppen hebben vaak een hoofddeksel. En voor de kleding komt alles wat ik mooi vind in aanmerking.: katoen, zijde (!), fluweel, leer, wol, koord, raffia, lintjes, kralen… Ik vind het erg belangrijk dat de kleuren op elkaar afgestemd zijn. Ik beperk me voor één pop meestal tot verschillende nuances van één (of twee harmoniërende) kleur(en). Ze zijn eerder sober, kleurig maar niet echt kleurrijk. Sommige mensen vinden dat mijn poppen er een beetje verdrietig uitzien, en zouden ze lievere wat vrolijker willen. Ik weet het niet. Ik zou eerder zeggen dat ze wat weemoedig zijn, en ik vrees dat ik daar niets aan kan veranderen, zelfs al zou ik het willen. Dat is de manier waarop ze uit mijn handen komen. Het is iets wat ik niet zelf bepaal.
En waarom ik poppen maak! Ik vind het gewoon leuk. Ik kan daar niet extatisch
over doen. Ik wil geen boodschap meegeven. Althans niet voor zover ik
weet. Het is een feit dat ik altijd graag met mijn handen bezig geweest
ben. Van kindsafaan tekende en schilderde ik graag. Handwerk (naaien,
breien, haken) vond ik plezierig. Met zelfhardende klei (Darwi, Das) en
polymeerklei (Fimo) maakte ik allerlei figuurtjes, poppetjes, dieren (vooral
varkentjes), oorbellen voor moedertjesdag, manchet-knopen voor vadertjesdag…
Toen ik 17 was zag ik een tentoonstelling van Lut Tomsin, een Belgische
teatheractrice die ook poppen maakte (en misschien nog maakt, dat weet
ik niet). Ik vond haar figuren heel mooi en heel origineel. Mijn moeder
heeft één van haar poppen gekocht voor mijn verjaardag.
Het was iets dat ik ook wilde proberen. Mijn eerste pop maakte ik van
zelfhardende klei. Het was een soort zigeunerin. Niet echt geslaagd, maar
wel het begin.
Op mijn 18de ben ik gaan studeren, helemaal geen plastische kunsten. Dat
had ik wel graag gedaan, maar mijn ouders zagen dat niet zitten. Ik heb
dus sociale school en criminologie gedaan, wat mij ook wel lag. Maar tijdens
mijn zwangerschap van onze oudste dochter kreeg ik terug de kriebels.
Ik maakte babykleertjes EN begon volop poppen te maken. Dit keer met Cernit.
Ik ontdekte in die periode dat er heel wat boekjes op de markt waren van,
vooral Nederlandse, poppenmaaksters. Mijn favoriet is nog altijd ‘POPPEN,
Een inspirerend kijk- en werkboek’ uitgegeven bij Cantecleer.
Sindsdien ben ik nooit echt gestopt. Zolang we in België woonden
kon ik mijn poppen regelmatig kwijt in verschillende kunstgalerijen. Ik
nam ook deel aan verschillende groepstentoonstellingen en gaf cursussen.
In Frankrijk, ligt dit wel wat moeilijker. Het publiek hier staat (nog)
niet echt open voor het fenomeen ‘poppen’. Daarom zoek ik
steun bij ‘belgiandollartists’.
Blijft nu nog mijn echte drijfveer. Volgens mij is het eigenlijk heel
simpel. Zoals gezegd vind ik het leuk om poppen te maken. Ik denk niet
dat het een gave is, of een roeping of zoiets. Ik stel alleen vast dat
het iets is waar ik telkens op terug val. Ik heb in de sociale sector
gewerkt, ben daarna (huis)moeder geworden, ik heb twee kinderboeken geschreven,
maar poppen-maken is iets dat blijft (moeder zijn ook natuurlijk). Wat
ik wil doen is ‘mooie’ poppen maken. Ik houd van mooie dingen
op allerlei gebied: muziek, literatuur, film, plastische kunsten, architectuur,
design, kleding… Voor mij is het eshetische belangrijk. En dat is
natuurlijk heel persoonlijk. Niet alles is voor iedereen mooi!
![]() |
|||||
